Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2025

door Özlem Akin

Centraal in het onderwijsbeleid van de gemeente Rotterdam staat kansengelijkheid binnen het onderwijs. Vanuit dit oogpunt segregatie in het onderwijs in kaart gebracht. Met onderwijssegregatie wordt bedoeld een ongelijke verdeling van leerlingen over scholen op basis van ongelijkheden in termen van sociaaleconomische, etnische of andere kenmerken ten opzichte van de woonomgeving. 

In de segregatiemonitor voortgezet onderwijs wordt gekeken naar onderwijssegregatie op basis van de sociaaleconomische positie van leerlingen (gemeten door het ouderlijk opleidingsniveau) en hun migratieachtergrond.

In de periode van de schooljaren 2012/2013 tot en met 2023/2024 stijgt het aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders van 41% tot iets meer dan de helft van de leerlingen. Het aandeel leerlingen met een niet-Westerse migratieachtergrond daalt van 45% naar 41%. De stijging van het aandeel hoogopgeleide ouders komt in de laatste jaren door de toename van hoogopgeleide ouders met een niet-Westerse achtergrond. Onder de leerlingen neemt de derde generatie toe. 

In de periode van de schooljaren 2012/2013 tot en met 2023/2024 neemt het aandeel schoolvestigingen met een laag aandeel leerlingen waarvan de ouders hoogopgeleid zijn (20% of minder) af. Daarentegen neemt het aandeel scholen met een hoog aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders (meer dan 80%) toe. Er is dus een verschuiving in segregatie.

In NPRZ-gebied is er geen toename van het aandeel van meer dan 80% gesegregeerde scholen te zien. Daar neemt het aandeel scholen met een laag aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders wel steeds verder af, maar zijn er nauwelijks of geen scholen met vooral leerlingen met hoogopgeleide ouders (80% of meer).

De toename van het aandeel leerlingen op Rotterdamse scholen met hoogopgeleide ouders is in de laatste schooljaren te zien op alle schooltypen. Ook is te zien dat hoe hoger het onderwijsniveau van de leerlingen, hoe hoger het aandeel leerlingen met hoogopgeleide ouders. 

Het aandeel scholen met veel leerlingen met een niet-Westerse achtergrond (meer dan 80%) neemt af en het aandeel scholen met relatief weinig leerlingen met een niet-Westerse achtergrond (20% of minder) blijft ongeveer gelijk. Ook hier is er een (gedeeltelijke) verschuiving in de segregatie. 

Op scholen die praktijkonderwijs en/of vmbo aanbieden zitten relatief veel leerlingen met een niet-Westerse migratieachtergrond en op havo/vwo- of vwo-scholen weinig, maar de verschillen nemen wel af. Op de meeste schooltypen neemt het aandeel leerlingen met een niet-Westerse migratieachtergrond door de jaren heen af.

Segregatiemonitor voortgezet onderwijs 2025